Het nachtwoud
Doordrammerige dijklonte
Knierden over de veeknotten
Met hele grote stappen
Ratelend en riespend
Verdraaiden de mondago’s
Blind rond de katonkel
Met zwier en zweem
Geluidloos snaterend
Door het papaver veldje
Door knast en kuier
Als een porrige schallebijter
Stuiterend op een bospad
Galsterig en gradoom
Ruisde de knoestige klanda
Door de zachte zwoele nacht
De erudiete eneugh
Kapittelde een doerse bork
Onder een zwarte hemel
De vlezige vijnzaard
Met een diminutieve rapel
Kon de lucht weerstaan
Een onteuge ommert
Wankelend op een bieschar
Rook de frisse wind
En ook ik
Ook ik
Ik