Met warme hand
Vanmorgen hoorde ik op de radio dat er weer discussie is over de successierechten, ofwel de sterfbelasting
Schijnt dat die discussie al meer dan honderd jaar loopt! De klacht is dat als je iets erft van iemand dat je daar dan belasting over moet betalen. Dat gaat in schijven en het hoogste tarief loopt tegen de 70%. Dat is even schrikken. 70% betaal je alleen maar als het verschrikkelijk veel geld is, maar als jouw oude pa zich zijn hele leven het schompes heeft gewerkt en daarmee een dot geld opzij heeft gezet, heeft hij al belasting betaald. Gaat hij dood betaald hij weer. Nee, zeggen de voorstanders, hij betaald niet maar jij. De ontvanger. Dat allemaal uit het oogpunt van gelijke startkansen. Waar ik gemakshalve dan maar even het predikaat communisme aan hang. Het gaat zogezegd om 1,8 miljard per jaar aan inkomsten voor de overheid. Een bom duiten dat wel. Maar een schijntje op de totale inkomsten. Hier of daar elders iets verhogen, zoals 0,3 % bij de Inkomstenbelasting en je hebt het al. Komt de overheid niets te kort en de mensen die net hebben geërfd zijn niet geïrriteerd.
Een heel verstandige hoogleraar, professor Gregor van der Berg is heel verontwaardigd en zegt via het interview, dat het niet klopt, niet goed voelt en geen juridische basis heeft. Met andere woorden het mag niet eens. Maar ze doen het toch. Stoppen ermee dus? Ja, maar dan moeten we wel zien te bewerkstelligen dat de overheid die wet afschaft, die overigens al in tal van andere Europese landen is afgeschaft.
Al luisterende vroeg ik mij af: hoe moet dat dan? Wie zou dat moeten doen of starten? Onze prof had het over publicitair lawaai maken en zo. Maar dat helpt denk ik niet als het individualisten zijn. Heb je toch wel een groepje voor nodig met bij voorkeur een paar bekende namen. Zo werkt dat. En die zijn er niet. Van tevoren ga je niet zo’n clubje oprichten. Ik zie mij al aankomen: Ma, ik ben lid geworden van de vereniging van erfgenamen, voor als jij dood gaat en ik ga erven. Ma herhaalt waarschijnlijk wat ze 35 jaar geleden voor het laatst heeft gedaan: een draai om je oren. Nee, zo’n clubje heeft niet veel kans. Mensen willen daar niet over nadenken en al zeker niet over praten. Kijk maar hoeveel moeite het kost om mensen aan een begrafenispolis te brengen.
Laten we het even opbouwen en afpellen.
Als eerste denken we dan aan wie de belanghebbenden zijn in zo’n zaak. In dit geval de overheid, om precies te zijn staatssecretaris JanKees de Jager van Financiën en natuurlijk iedereen die gaat erven. JanKees leunt achterover en houdt zijn portemonnee wijd open. Zijn mond blijft dicht.
De erflaters zijn ook allemaal vrij stil en de erfgenamen zijn nog onder de indruk van het verlies van een dierbare, of in ieder geval familie.
Er zijn verschillende soorten verdrietigen. Ik tel de categorieën: 1. echt verdrietig, 2. opgelucht, 3. blij, 4. kan-me-niet-schelen, 5. hij-had-de-leeftijd en 6. het-is-maar-beter-zo.
In ieder geval gedraagt iedereen zich, voor de buitenwereld en elkaar, als categorie 1: echt verdrietig. En dan heb je het niet over geld, laat staan over successierechten. Kijk, gaat het om die gouden ring of dat antieke horloge, dan willen verre nichtjes nog wel eens, heel ongepast, kibbelen en elkaar de hersens inslaan. Maar de dichtbije huilers, houden zich gedeinsd.
Conclusie kan zijn: het is net als bij medische fouten. Het komt vaak voor maar bij jou maar een enkele keer. En dan ben je blij als het achter de rug is en heb je geen energie meer om nog een klacht in te dienen. Zo ook met de sterftax. Je krijgt waarschijnlijk geen groepje mensen bij elkaar om in opstand te komen. De kracht ontbreekt je en je denkt la-maar.
Hoe veranderen we deze misstand dan? Niet dus. Het blijft gewoon nog honderd jaar zo. Het enige wat ik kan doen is met warme hand schenken. Maar ik denk dat ik alles maar op maak. Arme kinderen, maar ik betaal gewoon maar één keer belasting. Punt.